logo
Al meer dan 150.000 voorwerpen ​geregistreerd sinds 2012!

Het Burgerlijk Wetboek

Je zult het misschien niet verwachten maar in het Burgerlijk Wetboek zijn 8 artikelen gewijd aan de rechten en plichten die burgers hebben ten aanzien van verloren en gevonden voorwerpen. Als u iets vindt dan zijn daar wettelijke consequenties aan verbonden, zelfs als u iets verliest. In het Burgerlijk Wetboek is overigens bepaald dat de gemeente (en dus niet de politie) verantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van de taak ‘zorgplicht onbeheerde zaken’, oftewel de registratie en het beheer van verloren en gevonden voorwerpen.

Hieronder treft u een verduidelijkte versie van Burgerlijk Wetboek 5, artikel 5 t/m 12, waarin u precies kunt zien wat uw rechten en plichten zijn ten aanzien van verloren en gevonden voorwerpen:
 

Artikel 5

  1. Iemand die een onbeheerd voorwerp vindt en meeneemt is verplicht:
    1. van de vondst snel aangifte te doen. Over wáár dat moet gebeuren zie hieronder bij punt 2. Geen aangifte hoeft te worden gedaan als de vinder meteen na de vondst deze heeft gemeld aan degene waarvan hij dacht dat die de eigenaar is of die hij als bevoegd persoon mocht beschouwen om het voorwerp in ontvangst te nemen;
    2. de vondst snel te melden als deze is gedaan in een woning, een gebouw of een vervoermiddel. Over bij wie dat moet gebeuren staat hieronder bij punt 2. Deze melding hoeft niet te worden gedaan als de vinder meteen na de vondst deze heeft gemeld aan degene waarvan hij dacht dat die de eigenaar is of die hij als bevoegd persoon mocht beschouwen om het voorwerp in ontvangst te nemen;
    3. het voorwerp af te geven bij de gemeente als die dat op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening eist.
  2. De aangifte zoals hierboven bij a) is aangegeven kan in iedere gemeente worden gedaan bij de daartoe aangewezen ambtenaar. De melding zoals hierboven bij b) is aangegeven moet gebeuren bij degene die de woning bewoont of die het gebouw of vervoermiddel gebruikt of exploiteert of bij een toezichthouder.
  3. De vinder mag het voorwerp altijd bij elke gemeente in bewaring geven. Doet hij dat niet dan moet hij zelf goed voor het voorwerp zorgen.
  4. De vinder mag van de ambtenaar bij wie hij de vondst aangeeft een bewijs verlangen van de aangifte of van de inbewaringgeving.
 

Artikel 6

  1. Als de vinder zich heeft gehouden aan wat hierboven bij artikel 5.1 staat wordt hij eigenaar van het gevonden voorwerp als:
    1. er één jaar is verstreken sinds het moment van aangifte of melding (zie 5.1 a)
    2. het voorwerp zich dan nog bij de gemeente of de vinder bevindt
  2. Deze termijn van één jaar geldt niet als het gaat om zaken die:
    1. onverplicht bij de gemeente in bewaring zijn gegeven én die behoren tot de categorie niet kostbare zaken (zaken met een waarde lager dan € 450,=), zoals die zijn vastgesteld bij Algemene Maatregel van Bestuur.
      In deze gevallen mag de burgemeester besluiten deze voorwerpen na verloop van drie maanden nadat ze in bewaring zijn gegeven:
      • voor rekening van de gemeente te verkopen of
      • gratis weg te geven of
      • te vernietigen
  3. Als het voorwerp bij de gemeente in bewaring is gegeven en als wat hierboven in dit artikel staat niet van toepassing is, dan mag de burgemeester besluiten deze voorwerpen na verloop van één jaar nadat ze in bewaring zijn gegeven:
    1. voor rekening van de gemeente te verkopen of
    2. gratis weg te geven of
    3. te vernietigen
  4. Wat hierboven staat bij de punten 1,2 en 3 is niet van toepassing als de eigenaar of een andere bevoegde zich heeft gemeld, vóórdat de termijnen van respectievelijk één jaar drie maanden zijn verstreken of in geval deze termijnen al wél verstreken zijn de gemeente in alle redelijkheid nog ter beschikking kan stellen van de eigenaar of bevoegde.

Artikel 7

 
De vinder kan door het voorwerp meteen af te geven aan de bewoner van de woning of aan de exploitant of toezichthouder van de ruimte waar het voorwerp is gevonden, zijn rechten en plichten overdragen aan die bewoner, gebruiker of exploitant, alleen er bestaat geen recht op beloning.
 

Artikel 8

 
  1. De burgemeester mag besluiten om een voorwerp dat bij de gemeente in bewaring is gegeven en dat snel bederft voor de bewaring hoge kosten of ander nadeel met zich mee brengt te verkopen
  2. Als het voorwerp zich niet leent voor verkoop mag de burgemeester besluiten het voorwerp weg te geven of te vernietigen
  3. Als het gevonden voorwerp een dier is, mag de burgemeester besluiten het na verloop van twee weken nadat het in bewaring is gegeven als het mogelijk is te verkopen of anders weg te geven. Mocht dat laatste ook niet lukken dan mag de burgemeester besluiten het dier te laten afmaken. De burgemeester hoeft zich niet aan de genoemde termijn van twee weken te houden als de kosten van bewaring onevenredig hoog zijn of als het dier om medische redenen eerder moet worden afgemaakt.
  4. Wat het dier opbrengt komt in de plaats van het gevonden voorwerp.
 

Artikel 9

 
Als het gevonden voorwerp geld is, dan is de gemeente alleen maar verplicht om aan degene die dat geld kan opeisen een gelijk bedrag te betalen. Deze verplichting vervalt als de termijnen zijn verstreken waarna de burgemeester zou mogen besluiten tot verkoop ( zie art. 6.2 en 6.3)
 

Artikel 10

 
  1. Iemand die het gevonden voorwerp opeist bij de gemeente of bij de vinder die zich heeft gehouden in wat er staat in artikel 5.1, is verplicht de kosten te vergoeden die gemaakt zijn voor het bewaren en het onderhoud van het voorwerp en de opsporing van de eigenaar of iemand die bevoegd is het voorwerp in ontvangst te nemen. De gemeente of de vinder hoeven het voorwerp niet af te geven zolang deze kosten niet vergoed zijn. Als degene die het voorwerp opeist de kosten niet binnen een maand nadat deze aan hem zijn opgegeven heeft betaald, dan mag er van worden uitgegaan dat de eiser zijn rechten heeft opgegeven.
  2. De vinder die aan zijn verplichtingen heeft voldaan, heeft recht op een redelijke beloning.
 

Artikel 11

 
Als een vinder op grond van artikel 6.1 eigenaar is geworden van een voorwerp dat bij de gemeente in bewaring is gegeven en hij dat voorwerp niet binnen één maand nadat hij eigenaar is geworden bij de gemeente heeft opgehaald, mag de burgemeester besluiten om het voorwerp
    1. voor rekening van de gemeente te verkopen of
    2. gratis weg te geven of
    3. te vernietigen
 

Artikel 12

 
Het is mogelijk om bij of op grond van een algemene maatregel van bestuur
  1. aan wat er aan bevoegdheden volgt op grond van artikel 11 nadere regels te stellen
  2. groepen van niet kostbare zaken aan te wijzen ( zie artikel 6.2)
  3. nadere regels te stellen over:
    1. de aanwijzing van bepaalde soorten personen en instellingen die daardoor en geheel of gedeeltelijk en mogelijk onder nadere voorwaarden:
    2. vrijgesteld worden van het doen van aangifte ( zie art 5.1a)
    3. gelijk worden gesteld aan gemeenten voor de afwikkeling van vondsten
  4. voor de afwikkeling van vondsten door personen of instellingen (zie hierboven bij c) groepen van niet opgehaalde zaken en gevonden voorwerpen gelijk te stellen.